|
Ingrediënten
6 eetlepels niet-zoute boter, zacht - 125 gram poedersuiker -
3 ongeslagen eiwitten- 50-75 gram bloem - amandelsnippers
Bereiding
Doe boter en suiker in een kom en roer ze door elkaar met een
houten lepel. Voeg de eiwitten een voor een toe en meng ze steeds
goed door. Roer de bloem erdoor en blijf kloppen tot het beslag glad
is en ongeveer de consistentie heeft van een dikke bechamelsaus.
Verwarm de oven voor tot 170° C.
Bekleed een bakblik met folie en vet dit in met boter
(de koekjes kunnen waarschijnlijk niet allemaal tegelijk gebakken
worden). Leg op enige afstand van elkaar telkens een eetlepel beslag
en spreid dit met een rubberen spatel in een draaibeweging uit tot
dunne rondjes van ongeveer 10 cm doorsnede. Bestrooi deze royaal met
amandelsnippers. Bak ze 12 tot 15 minuten tot de randen bruin zijn en het
midden stevig. Laat ze enkele seconden afkoelen, neem ze dan voorzichtig
een voor een met een metalen spatel van de bakplaat en leg ze, met de
onderkant naar beneden, over een deegroller. Druk het koekje tegen de
deegroller aan om er de goede vorm aan te geven. Haal het er dan af en
laat het afkoelen. Ga zo verder met de andere koekjes.
(Zijn de koekjes te krokant geworden om te kunnen vormen, leg ze dan
een paar minuten terug in de oven zodat ze weer zacht worden.)
Bron:
Petra Stokkermans
|