|
Ingrediënten
6 eieren gesplitst - boter voor het invetten -
200 g basterdsuiker - geraspte schil van 1 citroen - 200 g bloem - kaneel
voor het bestuiven - slagroom, naar keuze
voor de dronkemanssiroop:
250 g basterdsuiker - 3 dl kokend water - 1,5 dl Málagawijn of Madeira
Bereiding
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius
(stand 6) en vet een cakevorm van ca. 30 x 20 cm in. Bedek de bodem met
bakpapier (laat de randen uitsteken) en vet de vorm opnieuw in.
Klop de eiwitten stijf in een grote kom. Klop met dezelfde garde of mixer de
dooiers los met suiker en citroenrasp tot ze licht van kleur zijn. Roer er
wat eiwit door en schep het mengsel dan door de eiwitten. Voeg tussendoor
steeds wat bloem toe. Schep het mengsel in de vorm, in de hoeken iets meer
dan in de rest van de vorm, en bak de cake in 15 minuten goudbruin.
Laat de cake 15 minuten rusten, leg hem op een schaal en verwijder het
papier. Laat de cake helemaal afkoelen.
Maak intussen de siroop. Doe 75 gram suiker in een pan met 2 el water. Laat
het koken tot de suiker karameliseert; schud de pan om de inhoud te
vermengen als één kant te snel bruin wordt. Doop zodra de karamel lekker
ruikt de onderkant van de pan in een gootsteen vol koud water om te
voorkomen dat de karamel te donker wordt. Roer het kokende water erdoor en
voeg de rest van de suiker toe. Laat dit al roerend zachtjes koken tot de
suiker is opgelost.
Snijd de cake in 12 vierkanten en leg ze met de onderkant omhoog op een
schaal. Roer ca. driekwart de karamelsiroop door de wijn en doordrenk de
cake met dit mengsel. Draai de cakejes om en prik met een spiesje gaatjes in
de korst. Giet er nog wat siroop op. Bestuif de cakejes met wat kaneel en
zet ze tenminste 2 uur in de koelkast. Slagroom smaakt er goed bij.
|