|
Ingrediënten
2 zeer verse
kalfsnieren (ongeveer 700 gr) - sap van 1 citroen - grof zout en vers
gemalen peper - 2 eetlepels olijfolie - 2 eetlepels - gehakte ui - 2
eetlepels gehakte peterselie - 2 theelepels bloem (zie opmerking) - ¼ kop
kippebouillon - 2 eetlepels droge witte wijn - 1 klein blaadje laurier - ½
theelepel paprikapoeder, bij voorkeur pimentón - ½ gedroogde rode Spaanse
peper, van zaad ontdaan
Bereiding
Laat de hele nieren 10 minuten in het
citroensap staan, snijd ze dan in blokjes van 2 centimeter, waarbij u het
vet en de vliezen verwijdert. Was de blokjes onder heet water en dep ze
droog met keukenpapier. Bestrooi ze met zout en peper.
Verhit de olie in een ondiepe schaal. Bak de nieren al roerend snel bruin
(later worden ze gegaard), schep ze uit de pan en leg ze op een verwarmd
bord. Doe de ui en de peterselie in de pan en fruit die langzaam tot de ui
zacht geworden is. Roer dan de bloem erdoor, schenk de bouillon en de wijn
er langzaam bij en maak op smaak af met het blaadje laurier, de
paprikapoeder, zout en peper. Kook dit onder voortdurend roeren tot de saus
glad en ingedikt is. (Kan van tevoren klaargemaakt worden.) Leg de blokjes
vlees terug in de saus, doe een deksel op de pan en laat het geheel 5
minuten pruttelen. De niertjes moeten van binnen enigszins roze zijn - kook
ze niet te lang, want dan worden ze taai. Dien het gerecht op in de schaal
waarin ze klaargemaakt zijn, bij voorkeur een cazuela.
Bron:
Peter Helderman
|