|
Ingrediënten
325 gram
middelgrote of grote garnalen, ongepeld, zo mogelijk met kop kookvocht
kookvocht:
6 koppen water - 1 kop visbouillon - 1 blaadje laurier - 1 schijfje
citroen - 2 takjes peterselie - ¼ theelepel tijm - zout - 5 peperkorrels - 1
schijfje ui
Romescosaus:
1 grote rijpe tomaat - 5 teentjes knoflook, gepeld - 1 gedroogde rode
paprika- ½ gedroogde Spaanse peper of ¼ theelepel chilipeper- ½ kop water -
3 eetlepels plus 1 theelepel rode wijnazijn - ½ kop plus 1 eetlepel
olijfolie - vloerboterham van een halve cm - 10 geblancheerde amandelen -
zout- vers gemalen peper
Bereiding
Voor de romescosaus moeten de tomaat en de knoflook 30 minuten in een
niet-ingevette schaal in een oven van 175ºC. Doe de paprika en de Spaanse
peper in een steelpan met het water en 3 eetlepels azijn.
Breng dit aan de kook, doe een deksel op de pan en laat het 5 minuten
zachtjes koken. (gebruikt u Spaanse peper, doe deze dan later in de keukenmachine).
Verhit een eetlepel olie in een kleine pan en bak daarin het brood tot het
aan beide zijden goudbruin is. Doe het dan in een keukenmachine of een blender.
Fruit in dezelfde olie de amandelen tot ze goudbruin zijn en doe ze ook in de
keukenmachine samen met de gekookte paprika en Spaanse peper, de knoflook en
de tomaat. Laat de machine draaien terwijl u langzaam de resterende halve
kop olie, de resterende theelepel azijn, zout en peper toevoegt. Giet het
geheel door een zeef, voeg zout naar smaak toe en bewaar het in een schaal
op kamertemperatuur.
Breng het kookvocht aan de kook, doe daar de garnalen in en laat deze ongeveer
2 minuten koken tot ze net gaar zijn. Laat ze afkoelen. Serveer de garnalen op
de schaal, naar wens ongepeld, en zet het schaaltje met saus in het midden.
De saus kan de dag tevoren gemaakt worden, de garnalen een paar uur van
tevoren. Bewaar beide op kamertemperatuur en dien ook op kamertemperatuur op.
|